Rust
Ik zou nooit boer(in) willen zijn. Het zou het romantische gevoel dat ik erbij heb snel om zeep brengen. Dat neemt niet weg dat ik graag op het boerenland rondkuier. Wijds en stil, daar hou ik van.
Gisteren wilde ik, ondanks mijn zomerreces, toch even naar de graanvelden. Kijken hoe het ermee staat. Het gaat erg snel namelijk. Ik zag vorige week een boer die zijn graan al in balen had verpakt! Dus ik trok erop uit, de Dordtse polders in. Dat is genieten! Het is er doordeweeks zo rustig. Ik rij wat rond en stop dan wat en stap uit en loop een eindje en ik kijk voor de vorm in m’n spiegel als ik op de rem trap, ik kan dat ongestraft vergeten. Af en toe rijdt er een landbouwvoertuig, soms een eenzame fietser…
De koeien en paarden die ik zag hadden het moeilijk. Ten eerste snap ik niet waarom er geen situatie voor wat schaduw voor die beesten wordt geschapen, de schapen, nu we het er toch over hebben , moeten het helemaal warm hebben in hun wollen jasjes. Bovendien werden ze lastig gevallen door de dazen. Ze lieten dat merken door flink met de staarten te wapperen en met de poten te schoppen. Zelf werd ik ook belaagd.
Bedraad
Mijn tuin begint zo langzamerhand bezet te worden. Als ik naar achteren wil lopen heb ik haast een machete nodig om mij een weg te banen. De speldenknopjes zijn uitgegroeid tot kleuters die zich druk aan het bekwamen zijn in het spinnen van webben.
Omdat het zo bloedjewarm en gortdroog is moet ik iedere avond de tuin besproeien. Dan krijgt zo spinnetje vanzelf een douche.





























Recent Comments