Egypte, مصر, dag 5
Zaterdag 7 februari staan we om zeven uur op. Vandaag reizen we vanuit Hurghada naar het noorden, naar Caïro. Het is een rit van zo’n 450 kilometer. We reizen weer met onze eigen bus met Ali als chauffeur en Ayman als reisleider. We rijden langs de Rode Zee links van ons, en rechts het Arabisch gebergte. Het is niets dan droogte. In de bus vertelt Ayman ons over Caïro. Het is een stad met 18 miljoen inwoners. In Egypte leven in totaal circa 80 miljoen inwoners. De bevolkingsaanwas is gigantisch. Iedere 27 seconden wordt er een baby geboren. Dat betekent dat er per jaar twee miljoen inwoners bijkomen. En dan te bedenken dat het overgrote deel van Egypte nauwelijks bewoonbaar is. Slechts 4% is bewoonbaar. Dit is het gebied aan weerskanten van de Nijl.
Rond drie uur ‘s middags rijden we Caïro binnen. We zijn geschokt door het beeld dat Caïro ons biedt. Grijs, grauw, stoffig. Maar dat is het ergst niet. Overal ligt vuil en puin. In de bermen, langs de weg, tussen de gebouwen. Overal ligt rotzooi. De irrigatiekanalen liggen vol afval. We zien tot onze afgrijzen zelfs dode paarden langs de oever in het gore water liggen. En een schaap. Een stukje verderop zwemt een kind. Er staat een man tot zijn middel in de drap. Een man staat te vissen. Dit is een cultuurschok. Kan daar vis leven? En als daar vis leeft, is die eetbaar? Wordt je niet vreselijk ziek door in die drap te staan?? Waarom smijt men alles zomaar op straat? Is er geen vuilophaaldienst? Kunnen ze het vuil niet verbranden? De huizen zijn grotendeels onaf en hebben platte daken. Op die platte daken ligt het ook volop puin en afgedankte zooi. Overal ligt een dikke laag stof, het heeft in geen twee jaar in Caïro geregend. Ayman vertelt dat ook als het regent dit niet veel voorstelt.
We komen aan in ons hotel waar het een totaal ander beeld is.
Als ik onze hotelkamer binnenkom blijkt dit een ruime kamer met een apart zitgedeelte. De gordijnen zijn half gesloten, als ik ernaar toe loop om deze te openen lig ik ineens plat op mijn knieën. Ik had niet gezien dat het zitgedeelte twee treetjes lager lag. Als Jan me komt “redden”, komt hij ook aangevlogen, hij weet zich nog net staande te houden, had ook de treetjes niet gezien.
Vanuit onze kamer die op de begane grond is kijken we uit op het zwembad. We zullen geen tijd hebben een duik te nemen, als we dat al zouden willen. We lopen door de tuinen van het hotel Cataract, dat Ayman betitelde als een hotel van “vergane glorie”. Wij vinden het mooi. Ook hier bloeien de vele kleuren bougainvillea weelderig en kijken de statige palmen hoog boven alles uit.
We zien een bordje dat we op het dak van het hotel naar de zonsondergang kunnen kijken. We gaan kijken, het is echter niet echt helder weer in Caïro en de zon is al deels verdwenen. Wel zien we de drie piramides die we morgen gaan bezoeken.
En het is volle maan.





















Recent Comments